Holding en werk-bv in België: structuur, risico en adresvoering uitgelegd
De termen holding en werk-bv worden vaak in één adem genoemd, maar zelden goed uitgelegd. Voor veel ondernemers ontstaat de holdingstructuur “onderweg”: eerst is er een bv, later komt er een holding bij. Soms op advies van de boekhouder, soms vanuit fiscale overwegingen, soms omdat “anderen het ook doen”.
Toch is een holdingstructuur geen standaardoplossing en zeker geen doel op zich. Ze is een instrument. En zoals bij elk instrument geldt: alleen zinvol wanneer ze bewust en correct wordt ingezet.
Wat is een holding precies?
Een holding is een vennootschap die zelf geen (of nauwelijks) operationele activiteiten uitvoert. Haar voornaamste functie is het houden van aandelen in één of meerdere andere vennootschappen, meestal werk-bv’s. De holding fungeert als eigenaar, bestuurder of strategische bovenlaag.
Typische kenmerken van een holding:
- Bezit aandelen in andere vennootschappen;
- Ontvangt dividenden;
- Houdt reserves en vermogen aan;
- Voert strategisch beleid, maar geen dagelijkse operatie.
Een holding is dus geen “actieve” onderneming in de klassieke zin, maar een structurerend vehikel.
Wat is een werk-bv?
De werk-bv is de vennootschap waarin de operationele activiteiten plaatsvinden. Hier wordt gewerkt, verkocht, gefactureerd en risico genomen. Klanten, leveranciers en eventueel personeel bevinden zich in deze entiteit.
Kenmerken van een werk-bv:
- Sluit contracten af met klanten;
- Genereert omzet;
- Draagt operationele risico’s;
- Bevat personeel, kosten en aansprakelijkheden.
De werk-bv is zichtbaar naar de buitenwereld; de holding meestal niet.
Wat is het verschil tussen een holding en een werk-bv?
| Aspect | Holding | Werk-bv |
|---|---|---|
| Hoofdfunctie | Bezit en aansturing van andere vennootschappen | Uitvoeren van operationele activiteiten |
| Omzetgeneratie | Geen of beperkt (dividenden) | Actieve omzet uit diensten of verkoop |
| Risicoprofiel | Laag; geen directe commerciële risico’s | Hoger; aansprakelijk voor operationele risico’s |
| Contracten met klanten | Meestal niet | Ja |
| Personeel | Meestal niet | Ja (indien van toepassing) |
| Opbouw van vermogen | Ja; winsten worden hier vaak opgepot | Beperkt; winsten worden doorgestort |
| Zichtbaarheid naar buiten | Laag | Hoog |
Waarom worden holding en werk-bv vaak gecombineerd?
Ondernemers combineren een holding met een werk-bv om risico en waarde van elkaar te scheiden. Dat is de kern van de structuur.
In de praktijk gebeurt dit om meerdere redenen:
Bescherming van opgebouwde waarde
Winsten kunnen via dividend worden uitgekeerd aan de holding en daar worden opgepot. Mocht de werk-bv later in zwaar weer komen, dan blijft de opgebouwde waarde in de holding buiten schot (binnen de wettelijke grenzen).
Voorbereiding op groei of verkoop
Een holdingstructuur maakt het eenvoudiger om:
- Nieuwe werk-bv’s op te richten;
- Participaties te nemen;
- (delen van) de onderneming te verkopen.
De holding fungeert als stabiel moederplatform.
Meerdere activiteiten scheiden
Wanneer een ondernemer verschillende activiteiten ontplooit, is het logisch om die niet allemaal in één werk-bv te stoppen. Meerdere werk-bv’s onder één holding zorgen voor overzicht en risicospreiding.
Professionalisering van de onderneming
Een holdingstructuur dwingt tot nadenken over rollen, verantwoordelijkheden en geldstromen. Dat werkt vaak structurerend — mits men het niet te complex maakt.
Wanneer is een holding (nog) niet zinvol?
Hoewel de holdingstructuur vaak wordt gepresenteerd als “de volgende stap”, is ze dat niet automatisch voor elke ondernemer. Een holding is geen kwaliteitslabel, maar een middel. En elk middel brengt kosten, verplichtingen en complexiteit met zich mee.
In de beginfase van een onderneming is één bv vaak voldoende. Zeker wanneer de activiteiten overzichtelijk zijn, de risico’s beperkt blijven en er nog weinig sprake is van structurele winst, voegt een holding meestal meer administratie dan voordeel toe. Extra jaarrekeningen, extra verplichtingen en extra kosten wegen dan niet op tegen de voordelen.
Ook wanneer er geen concrete plannen zijn voor groei, participaties of risicospreiding, is het oprichten van een holding vaak prematuur. In dat geval wordt complexiteit geïntroduceerd zonder duidelijke functie. Dat leidt niet zelden tot structuren die bestaan “omdat ze er zijn”, niet omdat ze iets oplossen.
Een holding wordt pas zinvol wanneer er waarde te beschermen valt, wanneer risico’s daadwerkelijk gescheiden moeten worden of wanneer de ondernemer vooruitkijkt naar meerdere activiteiten of een toekomstige verkoop. Tot die tijd is eenvoud vaak de beste vorm van professionaliteit.
Veelgemaakte misverstanden over holdings
Een veelvoorkomend misverstand is dat een holding automatisch fiscale voordelen oplevert. Dat is niet correct. Fiscale optimalisatie is nooit de reden op zich, maar hoogstens een gevolg van een goed ingerichte structuur.
Een ander misverstand is dat een holding “beschermt tegen alles”. Dat doet ze niet. Onzorgvuldig bestuur, persoonlijke garanties of vermenging van geldstromen kunnen de bescherming volledig ondermijnen.
Een holding werkt alleen wanneer:
- Rollen duidelijk zijn;
- Geldstromen correct lopen;
- Entiteiten inhoudelijk gescheiden blijven.
Adresvoering en structuur: vaak onderschat
Bij het opzetten van een holdingstructuur ligt de focus vaak op fiscaliteit en juridische scheiding, terwijl adresvoeringals een detail wordt gezien. In de praktijk blijkt juist dit onderdeel regelmatig vragen op te roepen. Zeker wanneer meerdere entiteiten bestaan, wordt het vestigingsadres meer dan een formaliteit: het wordt een signaal van hoe serieus en coherent de structuur is ingericht.
Wanneer een holding en één of meerdere werk-bv’s allemaal op een privéadres staan ingeschreven, ontstaat al snel vervaging tussen privé en zakelijk. Poststromen lopen door elkaar, het is onduidelijk welke entiteit waarvoor verantwoordelijk is en externe partijen — zoals banken, notarissen of toezichthouders — kunnen zich afvragen waar de onderneming feitelijk wordt aangestuurd. Dat betekent niet dat het onjuist is, maar wel dat het uitlegbaar en verdedigbaar moet zijn.
Een maatschappelijke zetel of zakelijk postadres fungeert in dat geval als een administratief ankerpunt. Niet als werkplek, maar als vaste plek voor officiële communicatie, registratie en postverwerking. Zeker bij ondernemers die niet dagelijks fysiek aanwezig zijn, of bij structuren die verder groeien, zorgt dit voor rust, overzicht en professionaliteit.
Adresvoering is daarmee geen cosmetische keuze, maar een onderdeel van goed ondernemingsbestuur. Wie dit bewust inricht, voorkomt dat een inhoudelijk sterke structuur later struikelt over praktische onduidelijkheid.
Praktijkvoorbeeld: van één bv naar holdingstructuur
Een ondernemer start met één bv voor consultancy. Na enkele jaren stijgt de winst en ontstaan plannen voor een tweede activiteit. In plaats van alles onder één dak te houden, richt hij een holding op boven de bestaande bv.
De werk-bv blijft operationeel, terwijl winsten naar de holding vloeien. Later wordt een tweede werk-bv toegevoegd. De structuur groeit mee, zonder dat risico’s zich opstapelen in één entiteit.
Niet spectaculair, wel doordacht.
Conclusie: de holding is een middel, geen doel
Een holdingstructuur kan een krachtige manier zijn om risico, waarde en groei te organiseren. Maar ze werkt alleen wanneer ze bewust, eenvoudig en consequent wordt ingezet.
Wie een holding opricht omdat “het nu eenmaal zo hoort”, creëert vooral extra complexiteit. Wie een holding inzet als strategisch instrument, bouwt aan rust, overzicht en toekomstbestendigheid.
Zoals bij elke goede structuur geldt: minder magie, meer logica.